Uit Jakobus 5:14-15 heeft de kerkenraad geleerd dat binnen de gemeente de mogelijkheid van ziekenzalving moet worden aangeboden. De zalving moet gezien worden als een door God aangewezen bekrachtiging van het gebed.
De aanvragers van de zalving hebben achteraf de zegenrijke uitwerking van de bediening ervaren. Deze uitwerking is niet bij ieder dezelfde, maar blijkt onmiskenbaar aanwezig te zijn.



