2012 Spelletjesavond

Visie

Kort gezegd willen we een OJA-gemeente vormen.

Een OJA-gemeente is een gemeente waarin ouderen (O) en jongeren (J) naast elkaar willen staan om anderen (A) voor Christus te winnen. Dit kunnen we alleen bereiken als we in alle eerlijkheid elkaar en God willen ontmoeten. Jongeren en ouderen kunnen van elkaar leren. Wij werken aan een gemeente waarin jongeren en ouderen naast elkaar staan om anderen voor Christus te winnen. Onze gemeente bestaat uit ongeveer vierhonderd leden met een evenwichtige opbouw tussen jongeren en ouderen. Dat betekent dat we ook een evenwichtige inbreng uit de gemeente mogen verwachten. Wij vinden het belangrijk, dat jongeren en ouderen naast elkaar staan. Daarmee kiezen we bewust een positie tegenover de tendens waarin de jongeren- en ouderencultuur uit elkaar groeit. We willen de gemeente zien als één lichaam waarin jongeren en ouderen elkaar nodig hebben. Openheid naar elkaar is daarom heel belangrijk. Die openheid spoort ons aan meer open te worden naar de mensen buiten onze eigen kring.

Binnen onze gemeente kunnen we onze visie samenvatten in de drie volgende punten:

  • Ouderen en jongeren naast elkaar
  • Openheid naar elkaar
  • Openheid naar de wereld die onze Heiland moet leren kennen

Ouderen en jongeren naast elkaar

Maleachi 3:23-24 zet ons op het spoor als het gaat om ouderen en jongeren naast elkaar. Daarin wordt geprofeteerd over een profeet die zal optreden als Elia. Kenmerkend voor zijn werk is dat hij het hart van de vaderen terug zal voeren tot de kinderen en het hart van de kinderen tot hun vaderen. Harten van vaderen en kinderen tot elkaar voeren! Dat is steeds nodig. Want de tegenstander van God heeft de bedoeling om verhoudingen te verwoesten. Zelfs binnen huwelijken haat hij samenhang en openheid naar elkaar (Daniel 2:43). God wil mensen samenbrengen, maar de duivel wil mensen isoleren zodat ouderen en jongeren uit elkaar worden gedreven.

Openheid naar elkaar

Johannes de Doper is de grote profeet die deze bekering van ouderen naar jongeren en jongeren naar ouderen heeft gezocht. Lucas 1:17 spreekt alleen van de bekering van de vaderen. Dit ligt voor de hand omdat ouders het voorbeeld moeten geven. In Mattheüs 3:6 lezen we hoe de ouderen het voorbeeld geven: zij laten zich dopen onder belijdenis van hun zonden. Als jongeren zien dat ouderen openlijk hun zonden belijden, dan spoort dat hen aan om zelf eerlijk over hun zonden te spreken. Zo wordt de kerk een veilig gezin van God. Een omgeving waar begrip is en waar ouderen uit eigen ervaring jongeren helpen om de juiste keuzes te maken.

Openheid naar de wereld

Onze Heiland heeft de gemeente in de wereld achtergelaten om mensen te trekken en te redden (Johannes 17:20-21). Als onze ouderen opener zijn naar onze jongeren dan zullen ze hen meer begrijpen. Dan begrijpen ze des te beter welke aanvallen de wereld op de jongeren uitoefent. Jongeren moeten hun weg vinden in de wereld. Zij staan meer open voor allerlei gevaarlijke invloeden. Als ouderen dat begrijpen, voelen zij ook makkelijker aan hoe de wereld eruit ziet van mensen die onze Heiland nog niet kennen. Zij komen eerder tot liefde en bewogenheid voor dwalenden en zoekenden. Zo zijn we een veilige plek voor mensen die buiten staan. Zo wordt de kerk een ark van redding in een wereld die vergaat. Dat is het doel van de kerk.

Consequenties

De aansluiting bij de oproep tot bekering van Johannes de Doper (Mattheüs 3:6) moet sfeerbepalend zijn voor het gesprek tussen jongeren en ouderen. Gesprek tussen jongeren en ouderen waarbij openheid, eerlijkheid, echtheid, nederigheid en vergevingsgezindheid de sleutelwoorden zijn. Die woorden horen bij een gemeente die eigen zondigheid beseft. De kerk is een groep geredde zondaars. Het gaat om redding van zonde. En wij moeten daarvoor uitkomen. Dat is de sfeer die past in het gezin van God. De middengroep van de dertigers en veertigers moet hierbij ingezet worden als tussenschakel. Deze middengroep is belangrijk voor de opvoeding van de kinderen. Kinderen moeten zich thuis voelen in de kerk. Zij moeten daar hun vriendjes ontmoeten. Vriendschappen zijn voor alle leeftijden belangrijk, maar kinderen zijn extra gemotiveerd om naar de kerk te gaan als zij daar vriendjes ontmoeten. Vriendschappen ontwikkelen in de kerk is belangrijk in de geloofsopvoeding. In de geloofsopvoeding leggen we de basis van gemeenschap met anderen in Christus. Wij stimuleren relaties. Voor tieners is dat heel belangrijk. Ze moeten hun vrienden mee kunnen nemen naar de kerk of kerkelijke activiteiten. De opbouw van onderlinge relaties bepaalt steeds het beleid.

Vier relaties staan centraal:

  • De overkoepelende relatie: de Relatie met God
  • De horizontale relaties: leeftijdsgenoten met elkaar
  • De verticale relaties: ouderen en jongeren met elkaar
  • Naar Hem verwijzende relaties: vriendschappen met onkerkelijken

De laatste relatie betekent dat wij zorg hebben voor mensen die buiten onze gemeente staan. Het uitnodigen van anderen, zoals de eerste christenen dat deden, is een gewone zaak (Romeinen 12,13). Dit vereist een verandering in denken. Die verandering stimuleren we. De gemeente sporen we steeds aan om mee te denken. De ontwikkelingen toetsen we steeds aan onze visie.

Zo komen we tot:

  • Stimuleren van gastvrijheid in de kerk
  • Stimuleren om mee te denken binnen deze visie
  • Structuren ontwikkelen die deze opbouw mogelijk maken.

Visie op het pastoraat

In het persoonlijke pastoraat gaat het om de persoonlijke toewijding aan God en aan elkaar.

In het pastoraat vragen wij:

  • Heeft het gemeentelid vrede met God?
  • Is het gemeentelid gericht op de wil van God?
  • Brengt het gemeentelid de lof voor God?

Heeft het gemeentelid vrede met God?

Als iemand geen vrede met God heeft, blokkeert hij in relaties en zelfs naar zichzelf. Vaak is er wel vrede met God, maar er komt steeds iets boven dat onvrede geeft. Die onvrede kan veroorzaakt worden door complexe zaken. Dan is er intensieve aandacht gewenst en die geven wij in zulke gevallen.

Is het gemeentelid gericht op de wil van God?

Mensen die vrede met God hebben, doen uit dankbaarheid iets terug voor God. Die vragen zich af: wat wil God dat ik voor Hem doe? Ze hebben begrepen dat Christus door ons heen wil werken. Als mensen geen manier vinden om hun dankbaarheid te tonen, vragen zij zich af wat het geloof voor hun betekent. Dan verschraalt de vrede. Echte vrede met God bestaat uit een blijvende relatie, die gestimuleerd wordt als je jezelf inzet voor zijn dienst. Daarom zoeken we steeds naar mogelijkheden om mensen in te schakelen zoals God dat wil. Het is belangrijk, dat het gemeentelid Gods wil voor zijn leven begrijpt.

Brengt het gemeentelid de lof voor God?

Mensen die vrede met God hebben en ingeschakeld zijn bij een taak in de gemeente leren dat het loven van God erbij hoort. Mensen die dat niet begrijpen, nemen snel een wettische houding aan. Ze zijn streng voor zichzelf en voor anderen. Of ze putten zichzelf uit in strengheid en knappen af. Ze denken dat alles afhangt van hun inzet. Ze hebben niet geleerd om kracht en inzicht van God te ontvangen bij alles wat zij doen. Maar wie merkt dat God door mensen heen werkt, komt vanzelf tot lofprijzing. Daarom moet ieder gemeentelid leren om God te prijzen. Zonder meer is lofprijzing heel goed voor je leven met God. Want als je God prijst, ontdek je vaak, dat Gods kracht over je komt zodat je zijn wil gaat doen. De vrede met Hem wordt verder verdiept. God loven is heel belangrijk!